In die periode ontdekten de eerste (Belgische) kunstschilders het pittoreske en verstilde stadje Veere, met zijn prachtige stadhuis en zijn imposante kerk, de kade met zijn oude koopmanshuizen en de altijd in beweging zijnde vissershaven.
Een van de Schotse Huizen ‘De Struijs’ werd in 1896 gekocht door de Engelse mecenas en kunst-verzamelaar Albert Lionel Ochs (1857-1921). Samen met zijn dochter Alma (1889-1987) maakte hij er een ontmoetingscentrum voor kunstenaars van.
Het hoogtepunt van deze internationaal georiënteerde Veerse kunstenaarskolonie, waar zich inmiddels een aanzienlijk aantal kunstschilders gevestigd had, lag tussen de 1900 en 1940. De sluiting van het Veersegat in april 1961, luidde het einde van de Veerse kunstenaarskolonie in. Veere was voorgoed van haar artistieke levensader, de zee met haar eb en vloed, afgesloten, De kleurrijke vissersvloot, dagelijks een bron van inspiratie, werd vervangen door saaie recreatievaart. Met het overlijden van de Veerse Joffer Sáriká Góth (1900-1992) kwam er voorgoed een einde aan de ‘oude’ Veerse kunstenaarskolonie.
Nu, aan het begin van de 21e eeuw, woont er weer een tiental beeldende kunstenaars binnen de oude Veerse stadsgrenzen, een hoopgevend begin voor een ‘nieuwe’ Veerse kunstenaarskolonie.
Jaarlijks besteed het Museum De ‘Schotse Huizen’ door middel van exposities aandacht aan deze zo goed als vergeten kunstenaarskolonie en haar toenmalige kunstenaars.