Zoals zoveel schilders die eens met grote regelmaat de bloeiende Veerse kunstenaarskolonie bezochten, is de in Vlissingen geboren en getogen kunstschilder en tekenleraar Ewoud de Kat zo goed als vergeten. Zo verging het de meesten van zijn kunstbroeders op een enkele beroemd gebleven na.
De hoogste tijd voor een herwaardering van deze bijzondere kunstschilder, die met grote regelmaat in Veere verbleef en een speciale band met Zeeland had.
Ewoud de Kat werd op 10 maart 1904 in Vlissingen geboren en ging evenals andere talentvolle stadsgenoten naar de tekenlessen van de Vlaamse kunstschilder G.A.M. (Gerard) Jacobs (1865-1958) aan de Vlissingse boulevard. De Vlaming Jacobs was na de Eerste Wereldoorlog in Vlissingen blijven wonen en werken en gaf gedegen tekenonderwijs aan een grote groep leerlingen de zogenaamde ‘Jacobsjes’. Deze gedegen ondergrond zal de jonge Ewoud ten goede zijn gekomen tijdens zijn opleiding aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten, waar hij ondermeer zijn akte M.O. tekenen A en B behaalde.
In 1935 zou hij zich in Haarlem vestigen en werd daar benoemd tot tekenleraar aan de Haarlemse ULO-scholen en Rijks-HBS. Dit gaf hem een zekere bestaans mogelijkheid en de gelegenheid in alle rust te werken aan zijn veelzijdig oeuvre. Hij zou zich in de loop der jaren ontwikkelen tot een gevoelig colorist, verwant aan de Vlaamse expressionisten en naderhand aan de kubisten van de Parijse School. In 1942 kreeg hij een expositie verbod omdat hij weigerde lid te worden van de door de Duitse bezetter ingestelde Kultuurkamer. Hij zou echter, ook na de oorlog weinig exposeren.
De Kat is zich altijd verbonden blijven voelen met het land van zijn jeugd, het eiland Walcheren, de Zeeuwse mens en de Vlissingse zee. Zijn bezoeken aan vooral Veere waren met name in de zomermaanden, veelvuldig. De bekende Veerse veerman Cent Schippers was immers zijn zwager. De Veerse haven met zijn vissers, maar ook de directe omgeving met hard werkende landarbeiders waren zijn geliefde Zeeuwse onderwerpen, niet direct het pittoreske was het doel. De Kat deed dit met een meeslepende geestdrift en schilderslust, die daardoor aan zijn werk een machtige bekoring geeft.
Zijn verblijf in Parijs in 1948 betekende in alle opzichten een doorbraak. Hij ervaart een nieuwe inspiratie die hem losmaakt van zijn verleden en die zal leiden tot andere opvattingen. Hij is bevrijd van het naturalistische en zal geleidelijk plaats maken voor een meer abstracte weergave van zijn onderwerpen. Hij gaat olieverf afwisselen met gouache en pastel. Gaat batikken, maakt wandkleden en vervaardigd papiercollages op klein formaat. Zijn werk krijgt een nog krachtiger expressionistisch en kubistisch karakter, heftig en fel van kleur met dramatisch gebruik van het zwart. Zijn expositie in 1972, na jaren van stilte, in het museum ‘Het Catharina Gasthuis’ in Gouda is de sterkste uit zijn loopbaan en toont voorbeeldig werk in alle genoemde technieken.
Ewoud de Kat overleed amper 70 jaar oud in 1974 te Haarlem en liet een omvangrijk en een nu zo goed als onbekend oeuvre achter. Te mooi, om niet nog eens groots en uitgebreid te exposeren en vast te leggen in boekvorm. Deze haast vergeten artistieke Zeeuwse zoon en geboren Vlissinger, verdient het.
De ‘VEERSE ZOMERS’ van een begaafd colorist, een kleurrijke belevenis in het Veerse Museum 'De Schotse Huizen' van 31 maart t/m 17 juni 2007.
Joost J. Bakker