...Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950 beter bekend als de PIETER SCHEEN (1969) doet geen recht aan het leven en werk van de in Antwerpen geboren en getogen Vlaamse kunstschilder Alphonsus Josephus VAN DIJCK.
Op 14 jarige leeftijd werd de jonge Van Dijck toegelaten tot één van de tekenklassen van de Akademie voor Schone Kunsten te Antwerpen, om in 1913 te worden toegelaten tot de schilders-klas van professor Isidoor Opsomer (1878-1967). Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam er een abrupt einde aan Van Dijck’s op-leiding.
De dagopleiding aan de Antwerpse Akademie werd gesloten en vanwege dreigende tewerkstelling in Duitsland, besloot hij naar Nederland uit te wijken. Via Den Haag, kwam hij in 1917 in Amsterdam terecht waar hij zijn Portugees-joodse echtgenote Helena Lopes Quiros (1892-1978) ontmoette. In april 1919 zouden zij daar trouwen, om zich daarna in Edam te vestigen.
Daar hoorden zij regelmatig over het schilderachtige Veere praten. In december 1919 vestigden zij zich daar. Eerst op de ‘Oude Werf ’ aan de haven en naderhand in een van de huisjes aan de Kaai in het verlengde van de Campveerse toren. In 1926 kocht Van Dijck een huis aan de Markt (nu nummer 33), dat hij naar de beschermheilige van de schilders vernoemde en ‘Sint Lucas’ doopte.
In een van zijn weinige interviews met de PZC in 1969; vertelde Van Dijck dat het aanvankelijk zijn bedoeling was geweest één jaar in Veere te blijven: ‘ Ik ga hier een fijn jaar werken’ vertelde hij toen. Het zouden er bijna zestig worden!
Op een enkele werkvakantie na, die hem o.m. in Italië, maar vooral elders op Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen bracht, zou hij zijn hele artistieke leven in en rondom Veere schilderen. Met recht kan hij een ‘VEERSE VLAMING ‘ genoemd worden.
Van Dijck schilderde, aquarelleerde (tempera/gouache) en tekende (houtgravures) landschappen, stadsgezichten (VEERE en zijn vissersschepen), prachtige portretten (vissers) en veel stillevens.
Hij werkte vaak in een haast ‘verstilde’, naturalistische trant, maar toch ook impressionistisch, kort divisionistisch (circa 1920-1925), in een helder en vooral zuidelijk coloriet, met bredere of ragfijne dieppaarse lijnen, om zijn onderwerpen extra te accentueren. Na 1960 werd zijn werk echter wat losser van toets, maar bleef hij zijn kleurenpallet trouw. Experimenten waren aan hem niet besteed.
Naast Veere en haar directe omgeving vond Van Dijck zijn onderwerpen o.m. in: Westkapelle, hij zou daar zelfs enige tijd (vermoedelijk 1935) gewoond hebben, Zoutelande, Ellewoutsdijk, Zeeuws-Vlaanderen (St. Anna ter Muiden o.a. in 1923, waar hij in het raadhuis logeerde en Sluis in1925). Verder is er werk van hem bekend uit Leende (Noord-Brabant) en Amsterdam.
Dankzij een toelage van de Middelburgse Kunstkring maakte hij samen met zijn vrouw aan het eind van de twintiger jaren een studiereis naar Noord-Italië (o.a. Milaan). Tijdens deze reis, moest hij bijna al zijn ter plaatse gemaakte werk verkopen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Vandaar dat er weinig picturaals van bekend is.
Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden Van Dijck, pro Duitse sympathieën verweten vanwege zijn contacten met de Duitse vertegenwoordiger in de provincie Zeeland, de Beauftragte des Reichs-kommissars, W.K.H. Münzer, die op voorspraak van burgemeester van Veere regelmatig schilderijen bij hem kocht. Vanwege deze vermoedens werd hij na de bevrijding van Walcheren enige tijd geïnterneerd in Fort Ellewoutsdijk, om zich eind 1946 weer in Veere te vestigen. Hoewel er ook Veerenaren waren die begrip hadden voor zijn houding, zou het nog jaren duren voor hij weer geaccepteerd zou worden. Zijn joodse echtgenote had als enige van haar familie de oorlog overleefd. Zij leefden nadien een bescheiden en teruggetrokken leven.
Na het overlijden van zijn vrouw, van wie hij zielsveel hield, in december 1978 zou hij niet meer schilderen. Hij zou haar spoedig volgen. Tijdens een bezoek aan zijn broer in Vremde (B) overleed hij daar op 10 oktober 1979, bijna 85 jaar oud. Veere verloor in hem een van zijn kustzinnigste inwoners.
De laatste grote expositie van het werk van Alfons van Dijck werd in november 1980, in de toenmalige kunsthandel ‘ De Witte Swaen ‘ aan het Damplein in Middelburg gehouden. Daarna werd het zoals zo vaak: Stil!
De hoogste tijd, voor een terechte herwaardering van deze bescheiden en getalenteerde Vlaming, in het Veerse Museum ‘De Schotse Huizen ‘ van 5 april t/m 15 juni 2003.
Joost J.Bakker